top of page
Zoeken

Beleef het veen: Rühlermoor en Wietmarscher moor (Duitsland)

Het was in Twist, net over de grens in Duitsland, waar mijn liefde voor veen opbloeide. Liefde, liefde... het was respect en waardering. Ik woonde tussen de diverse veengebieden die deel uitmaken van het internationale Bourtanger Moor, ooit het grootste hoogveengebied in Europa; aan de Nederlandse kant is er het Bargerveen, aan de Duitse kant Rühlermoor en Wietmarscher moor, met het Emsland Moormuseum als middelpunt.

 

Rühlermoor 2007
Rühlermoor 2007

Het Rühlermoor ligt direct achter Twist en ik was er vanaf 2006 wekelijks te vinden. De lente, de zomer, de herfst, de winter, alle jaargetijden lieten het veen schitteren. Afgelopen week ging ik er weer naar toe. Dit keer -omdat ik nu van verder kom- met de fietsen achterin de bus tot de Alpaca boerderij waar mijn ‘veentocht’ destijds steevast begon. Vanuit hier fietste ik weer het veen tegemoet. Het fietspad was wat smaller geworden, maar verder leek in eerste instantie weinig veranderd. Het is er nog steeds en het blijft een van de meest bijzondere veengebieden. Al is het alleen al omdat hier nog een veenspoorroute loopt door het hele gebied (smalspoor) en er ouderwetse, maar nog functionele, oliepompen staan. Dat spoor loopt overigens tot over de Schöningsdorferstrasse. Ik moest er regelmatige lange tijd voor wachten als er weer een locomotief met een hele rits veenkarretjes langskwam. De firma Klasmann is hier gevestigd (met kantoor in Geeste aan de, hoe kan het anders, de Georg Klasmann Strasse) en graaft al jaren veen af ten behoeve van de tuinbouw. En daarmee is het Rühlermoor anders dan andere hoogveengebieden die intact zijn gebleven of worden geregenereerd. In het gedeelte achter Twist zie je hoe veenvelden zich ontwikkelen nadat de toplagen zijn afgegraven. Hoeveel meter is afgegraven is moeilijk te zeggen. Er wordt gezegd dat Twist en de hele omgeving in 100 jaar tijd 5-7 meter dieper is komen te liggen. Zo’n tien jaar geleden kenmerkte dit stuk van het Rühlermoor zich door de grote open velden die ingedeeld waren in kavels. Een enkele kavel was afgegraven en kenmerkte zich door een lege vlakte, gekaderd door de veenschachten. Een andere kavel was al langer afgegraven en er was een veenmeer ontstaan. De meeste kavels waren nog niet afgegraven of men was er bezig. Hier kon je de net afgegraven verse veenpeloide zien en voelen. Klasmann zal er niet echt gelukkig mee zijn geweest, met de fietsers die hier de boel kwamen ontdekken, maar tegelijkertijd was het gebied toegankelijk gemaakt voor fietsers.

Het Rühlermoor is inmiddels meer een Rühlerveld geworden. De meeste kavels zijn nu veenmeren of juist vlaktes die niet langer kaal zijn, maar voorzichtig weer begroeid met veenmos (Sphagnum) en veengras met bovenaan de schachten de paarse heide. Dat laatste is goed nieuws. Dit zou betekenen dat er nog steeds een veenlaag intact is gebleven om hoogveenvegetatie te stimuleren of dat er waterbeheertechnieken zijn toegepast zodat veen een kans krijgt. Het is een prachtig plaatje, maar echt toegankelijk zijn de kavels niet. De begroeiing van zuur minnende planten en bomen -lees bramen, brandnetels en berken- rondom de kavels maakt het moeilijker op de velden te kijken. Daarbij komt dat de velden door de afgraving wat dieper liggen. Er zijn nieuwe grindwegen, maar die zijn duidelijk aangelegd voor het bedrijf. In Duitsland geldt de regel dat wat wordt afgegraven, moet worden hersteld. Klasmann laat dit op het Rühlerveld aan de natuur over. Een beetje makkelijk is het wel, want bij droogte herstelt hoogveen niet. En dat is te zien aan de enkele verdroogde stroken boven aan de schachten. Natuurlijk herstel gaat vaak niet vanzelf. Als er veenvegetatie ontbreekt, zullen gebieden of te droog of te nat worden, waardoor ze niet in een levend, typisch veenmoeras veranderen. Het zou mooi zijn om juist dit stuk een educatieve functie te geven en beter toegankelijk te maken voor publiek met betere (fiets)paden en informatie. Het viel me overigens op dat het veengebied kleiner is geworden. Inmiddels zijn er ook velden die geheel landbouw zijn geworden.

Rühlermoor 2025
Rühlermoor 2025

Anders is het in het verderop gelegen Wietmarscher Moor. Hier is duidelijk gekozen voor toegankelijkheid en recreatieve functie met natuurbehoud. Het Dalum-Wietmarscher Moor is het grootste hoogveenreservaat in het Duitse deel van het Bourtanger Moor, met een oppervlakte van ongeveer 1.600 hectare. Ook hier werd in het verleden veen gewonnen, maar dat behoort echt tot het verre verleden. Het Wietmarscher Moor is nu een hoogveenhabitat voor vogels en zeer geschikt als broed- en voedselgebied. Er zijn veenplassen en grote veenweides die een mooi zicht geven. Pas in 2019 werd een vijf kilometer lang fietspad aangelegd. Hiermee heeft het gebied zich echt op de kaart van hoogveengebieden gezet.

Het is alsof het de laatste zet was om dit hele gebied in het teken van veen te zetten. Want het Emsland Moormuseum is het centrale middelpunt; zowel vanuit Rühlermoor als vanuit het Wietmarscher Moor fiets je zo naar het moormuseum. Het museum vertelt het veenverhaal vanuit diverse aspecten. Er zijn de antieke turfgravers, een smalspoortreintje, het leven in het veen en een goede uitleg over hoogveen. Omdat het midden in een natuurlijke veenomgeving staat, krijg je een compleet beeld van wat veen was en is. Het was hier waar ik de eerste veenzeep zag; in een museum dus. Veenzeep van vroeger. Het was het begin van Moorlander’s zeep.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page